Besluit van het college van burgemeester en schepenen inzake de beslissing van een omgevingsvergunning - oude baan 33 - OMV_2026013678

BEKENDMAKING BESLISSING OMGEVINGSVERGUNNING

 

 

 

Referentie omgevingsloket:

OMV_2026013678

Referentie gemeente:

20260030

Projectnaam omgevingsloket:

verbouwing eengezinswoning

Projectnaam gemeente:

Verbouwen eensgezinswoning

Ligging:

Oude Baan 33

 

 

Bovenvermelde aanvraag omgevingsvergunning van Brecht Nijssen wonende te Oude Baan 33 te 3590 Diepenbeek en Maxine Moyens wonende te Oude Baan 33 te 3590 Diepenbeek werd door het college van burgemeester en schepenen voorwaardelijk vergund onder voorwaarden:

  •                Conform Vlarem II: art. 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken en art. 6.4 Beheersing van asbest moeten alle voorwaarden en normen bij afbraak gevolgd worden.

 

  •                De algemene bouwvoorwaarden zijn van kracht:

-          Het is verboden dat kelders en ondergrondse garages rechtstreeks worden aangesloten op de riolering.

-          De aanvrager is verplicht een energiesteen te plaatsen die voldoet aan de bepalingen zoals aangegeven door de diverse nutsmaatschappijen.

-          Elke bemaling (droogzuiging) in het kader van bouwkundige werken is een meldingsplichtige inrichting in het kader van Vlarem en dient op voorhand, overeenkomstig artikel 5.53.6.1.1. §2 van Vlarem II, gemeld te worden bij de gemeente d.m.v. een omgevingsmelding. De gemeente adviseert optimaal hergebruik van water, en dus opvang in plaats van louter lozing in de riolering. Daarnaast is voor lozingen van meer dan 10 m³/u op de riolering de toestemming van Aquafin nodig.

 

  •                De volledige terreinaanleg maakt integraal deel uit van de vergunningsaanvraag. Dit betekent ook dat de groenzone in de voortuin moet worden uitgevoerd conform het goedgekeurde inplantingsplan dat bij de aanvraag is toegevoegd. Afwijkingen van dit plan zijn niet toegestaan.

 

  •                Een aanvraag voor aanleg van een inrit op openbaar domein moet gebeuren via info@diepenbeek.be. De aanvraag dient minimum 14 dagen voor de aanvang van de werken ingediend te worden, begeleid van een situatieschets (afmetingen en foto’s) en de gewenste uitvoeringsdatum.
  1.              De breedte van de inrit op openbaar domein kan nooit breder zijn dan de vergunde inrit op het private domein van de aanvrager en bedraagt 3,00 m. De aanleg van de inrit wordt uitgevoerd door de Dienst Openbaar Domein aan de kostprijs van € 40,00/m². De uitvoering kan pas gebeuren na gunstig advies van die dienst én na betaling van het verschuldigde bedrag.
  2.               
  3.              Provincie Limburg dienst Water en Domeinen legt volgende voorwaarden op in verband met bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen:
  • De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf meter bedragen zowel op de linker- als de rechteroever zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft. Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaalgewicht tot 30 ton. Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.
  • Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden. 
  •  Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien:
    • Een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
    • De houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
    • Voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
  • Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de rand van de overwelving/taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets.
  • De vijfmeterzone is aangeduid op het plan.
  • Ter hoogte van het perceel is de waterloop ingebuisd. Hiervoor is er bij onze dienst geen machtiging voor inbuizing van de waterloop bekend. De waterloop kan ten aller tijde weer in een open bedding aangelegd worden.
  • Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren. Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop. De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn. 
  • De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.
  • Inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop: machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:
    • Ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de rand van de overwelving/taludinsteek van de waterloop: er is geen ophoging op het plan aangeduid
    • Aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop: er is geen werk aan de waterloop op het plan aangeduid.
    • Lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen): er is geen lozing op het plan aangeduid
  1.  

Provincie Limburg dienst Water en Domeinen legt volgende constructievoorwaarden:

  • Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn (i.e. 25 cm boven de as van de weg). Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
  • Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch overstromingspeil plus 10 cm.
  • (Nieuwe) kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
  • Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch overstromingspeil is verboden.
  • Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch overstromingspeil.
  • Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
  • Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch overstromingspeil opgesteld worden. 
  • Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
  • Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
  • Ophoging van het perceel binnen de overstromingsgevoelige zone moet beperkt blijven tot het gebouw zelf. Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen.
  • Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is

 

Het betreft een aanvraag tot verbouwen eensgezinswoning.

De aanvraag omvat: stedenbouwkundige handelingen

De beslissing kan worden ingekeken op de dienst omgeving van de gemeente tot 30 dagen na de aanplakking van deze bekendmaking en na telefonische afspraak via 011 491 800.


Beroepsmogelijkheden

U kunt, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen dezebeslissing. U maakt deel uit van het betrokken publiek als u als natuurlijke persoon, rechtspersoon, vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid gevolgen ondervindt of waarschijnlijkondervindtvanofbelanghebbendebentbijdebesluitvormingoverdeafgiftevan een omgevingsvergunning of de bijstelling van devergunningsvoorwaarden.

 

Bezorg hiertoe eenberoepschrift:

-          bij voorkeur digitaal via het omgevingsloket (www.omgevingsloket.be), of

-          per aangetekende brief of via afgifte tegen ontvangstbewijsaan:De Deputatie van de provincie Limburg, T.a.v. Directie Omgeving, Dienst Omgevingsvergunningen, Universiteitslaan 1, 3500 HASSELT.

 

Volg hierbij de volgende aanwijzingen nauwgezetop. Als u dat niet doet zal de deputatie bijna zeker verplicht zijn om uw beroep onontvankelijk te verklaren.

Dien het beroep in binnen dertig dagen die ingaan op dag van aanplakking.

Bezorg gelijktijdig via het omgevingsloket, bij aangetekende brief of via afgifte tegen ontvangstbewijs een afschrift van uw beroepschriftaan:

-          de vergunningsaanvrager. Het adres van de vergunningsaanvrager vindt u in de beslissing.

-          het college van burgemeester en schepenen van Diepenbeek, Dorpsstraat 14 te 3590 Diepenbeek

Vermeld in uw beroepschrift hetvolgende:

  1. uw naam en adres en het feit dat u een beroep instelt als lid van het betrokkenpubliek;
  2. de volgende referentie: ( OMV_2026013678);
  3. de redenen waarom u beroepaantekent;
  4. een omschrijving van de gevolgen die u ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van deze beslissing of het belang dat u hebt bij de besluitvorming over de afgifte van de omgevingsvergunning.
  5. of u gehoord wenst teworden.

Stort een dossiertaks van 100 euro op het rekeningnummer van de provincie Limburg, BE18 0910 1811 3565 (BIC: GKCCBEBB) met als referentie ‘beroep omgevingsvergunning (OMV_2026013678)’ en voeg het betalingsbewijs toe aan uw beroepschrift.

 

De teksten waarvan dit een bondige samenvatting is, vindt u in artikel 52 en volgende van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en in het bijhorende besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015. U kunt, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing.